Santa Cruz Mission Schools Nederland (SCMS)

Kunstnijverheid

Vervaardiging van de T'analak

T'nalak een exotisch weefsel

Een weefsel
samengesteld uit exotische planten, een aantal eeuwen oude handeling door de vrouwen van de T'boli stam in het zuiden van Cotabato op de Filipijnen.

De vezels
De vezels zijn zorgvuldig geselecteerd en komen uit de vruchtdragende Abaca plant die dan ongeveer 18 maanden oud is en minstens 3 meter hoog is. De vezels worden met de hand uit de Abaca stengel getrokken, die dan als een zachte, natte pulp aanvoelt. Door herhaald te kammen en door ze in de zon te laten bleken worden deze vezels buigzaam en soepel.

De methode
Het ontwerp van de T'nalak is aan beide zijden van de stof gelijk met dezelfde kwaliteit. Dit wordt bereikt door de TIE-DYING, een speciale en zeer bewerkelijke techniek om kleurpatronen in de stof aan te brengen.

De bewerking
De verfijnde vezels worden uitgespreid op een eenvoudig weefgetouw, aan een zijde steken de vezels ongeveer 5 centimeter door om ze aan die zijde vast te kunnen klemmen gedurende de bewerking met het raamwerk. Dit ingeklemde einde wordt later als het weefsel klaar is netjes afgeknipt en afgewerkt. De in het weefgetouw gevlochten vezels worden met ander vezels die zijn ingewreven met bijenwas in diverse patronen geknoopt. De vlakken of vezels die zijn bezet met draden ingewreven met de bijenwas zullen dan niet door de verf worden doordrenkt, hierdoor ontstaan er kleurpatronen. De kunst ligt dus in het samenknopen van de patronen tijdens het samenstellen van de patronen. Het ontwerp worden met ongekende precisie nauwkeurig uitgewerkt zonder enig hulpmiddel. De maatvoering wordt uitgezet met een aantal vingers of uitgemeten met de lengte van bijvoorbeeld een onderarm.

Als de vezels eenmaal geknoopt zijn kunnen ze in het verfbad. De zwarte verfstof wordt gemaakt van de Kenalum bladeren en de rode verfstof de reststof van fijngemalen wortels.

De vezels worden in dubbele stoompotten gedaan, dat zijn twee aarde potten met de openingen op elkaar. De stoom uit de onderste pot met de verfstof dringt diep door in de vezels die gebundeld opgesloten zitten in de bovenste pot.

Uren achter elkaar worden deze potten kokend heet gehouden om de zwarte verfstof in de vezels te laten dringen en dat drie weken lang elke dag, bij de rode verfstof is echter twee dagen lang doorstomen voldoende.

De donkere kleur wordt als eerst geverfd dan worden enkele van de draden met bijenwas er uitgetrokken. De daarmee opengevallen plekken worden in het rood geverfd. Hierna worden de laatst achtergebleven draden met bijenwas er uitgehaald waardoor de stof drie kleurpatronen heeft gekregen, namelijk zwart (donker
bruin), rood en de roomkleurige natuurlijke vezelkleur. Na het kleurenbad worden de vezels uit de pot gehaald en schoongespoeld.

De gekleurde vezels worden opnieuw op het weefgetouw aangebracht om de stof definitief te weven. Het ontwerp is nu duidelijk zichtbaar. Een schietspoel vol met de gekleurde vezels wordt verwerkt door een weefster. De weefster zit op de grond met haar voet tegen de bamboe remblok en met een riem, van geweven rotan, rondom haar heupen vastgekoppeld aan het raamwerk. Op dit eenvoudige weefgetouw kan de weefster de vezels aanduwen of aankloppen, een simpele standaard manier van deze eeuwenoude weeftechniek.

Doorgaans wordt dit weefproces 's nachts uitgevoerd, omdat de vezel tijdens de koele nachtlucht elastisch blijft en dan ook het best te verwerken is. Op de hoeken van de nog onafgewerkte kleden hangt men kleine belletjes die dan tijdens het werk gaan
rinkelen en zo de boze geesten angst aanjagen.

Nadat het kleed gereed is wordt het van het weefsel van het raamwerk afgehaald. Meerdere kleden worden dan strak tegen elkaar aangenaaid tot één groot echt origineel T'nalak doek. Nadat het naaien zorgvuldig is uitgevoerd moet je wel heel goed kijken, wil je de naden nog terug kunnen vinden.

De kleden worden nu platgeslagen met een houten hamer en daarna ook nog geborsteld met een speciale vette zeeschelp, waardoor de stof een glanslaag krijgt. Het hele proces van begin tot het einde duurt ongeveer twee-en een halve maand voordat een kleed van ongeveer 6 meter lang dan ook klaar is.

Kenmerken
T'nalak wordt oorspronkelijk gebruikt als laken, deken, doek of kledingstuk. De stof wordt ook gebruikt als traditioneel geschenk of als ruilobject tijdens een huwelijksceremonie. Bij een geboorte wordt de T'nalak gebruikt om het kind veilig in dit doek te wikkelen in de heilige overtuiging dat de bevalling dan goed wordt afgesloten. Bij bepaalde feestelijke gelegenheden geeft dit kleed zelfs een heilige toegevoegde waarde aan het feest. De T'boli's geloven er ook heilig in dat indien je het kleed beschadigd, je dan ziek kan worden en zelfs dood kan gaan. Voordat het kleed wordt verkocht is er een koperen ring aan het kleed vastgemaakt om de geesten vredig te stemmen en te behagen.

Onderhoud
De kleuren zijn en blijven echt en het weefsel kan ook met een wasmiddel gewassen worden (hoewel dit bij T'boli's een taboe is, tenzij je dit echt noodzakelijk vindt).
De stof kan met een zachte borstel worden afgeborsteld. Om de glans terug te krijgen zal je het doek met een zacht object hard moeten opwrijven.

Vervaardiging van de T'analak